DictionaryForumContacts

Morphology analysis
vonk (29) | Noun, feminine
vonk singular singular
vonken plural plural
vonken (18) | Verb
1 aanvonken
2 aanvonkend
3 aangevonkt
4 vonk
5 vonkt
6 vonkt
7 vonken
8 vonken
9 vonken
10 aangevonkt
11 aangevonkt
12 aangevonkt
13 aangevonkt
14 aangevonkt
15 aangevonkt
16 vonkte
17 vonkte
18 vonkte
19 vonkten
20 vonkten
21 vonkten
22 aangevonkt
23 aangevonkt
24 aangevonkt
25 aangevonkt
26 aangevonkt
27 aangevonkt
28 aanvonken
29 aanvonken
30 aanvonken
31 aanvonken
32 aanvonken
33 aanvonken
34 aangevonkt
35 aangevonkt
36 aangevonkt
37 aangevonkt
38 aangevonkt
39 aangevonkt
40 aanvonken
41 aanvonken
42 aanvonken
43 aanvonken
44 aanvonken
45 aanvonken
46 aangevonkt
47 aangevonkt
48 aangevonkt
49 aangevonkt
50 aangevonkt
51 aangevonkt
52 vonk
vonken (207) | Verb
1 vonken
2 vonkend
3 gevonken
4 von
5 vont
6 vont
7 vonken
8 vonken
9 vonken
10 gevonken
11 gevonken
12 gevonken
13 gevonken
14 gevonken
15 gevonken
16 vonte
17 vonte
18 vonte
19 vonten
20 vonten
21 vonten
22 gevonken
23 gevonken
24 gevonken
25 gevonken
26 gevonken
27 gevonken
28 vonken
29 vonken
30 vonken
31 vonken
32 vonken
33 vonken
34 gevonken
35 gevonken
36 gevonken
37 gevonken
38 gevonken
39 gevonken
40 vonken
41 vonken
42 vonken
43 vonken
44 vonken
45 vonken
46 gevonken
47 gevonken
48 gevonken
49 gevonken
50 gevonken
51 gevonken
52 von
Vonken (716) | Verb
1 Aanvonken
2 Aanvonkend
3 Aangevonken
4 Von
5 Vont
6 Vont
7 Vonken
8 Vonken
9 Vonken
10 Aangevonken
11 Aangevonken
12 Aangevonken
13 Aangevonken
14 Aangevonken
15 Aangevonken
16 Vonte
17 Vonte
18 Vonte
19 Vonten
20 Vonten
21 Vonten
22 Aangevonken
23 Aangevonken
24 Aangevonken
25 Aangevonken
26 Aangevonken
27 Aangevonken
28 Aanvonken
29 Aanvonken
30 Aanvonken
31 Aanvonken
32 Aanvonken
33 Aanvonken
34 Aangevonken
35 Aangevonken
36 Aangevonken
37 Aangevonken
38 Aangevonken
39 Aangevonken
40 Aanvonken
41 Aanvonken
42 Aanvonken
43 Aanvonken
44 Aanvonken
45 Aanvonken
46 Aangevonken
47 Aangevonken
48 Aangevonken
49 Aangevonken
50 Aangevonken
51 Aangevonken
52 Von
vinken (190) | Verb
1 vinken
2 vinkend
3 vonken
4 vink
5 vinkt
6 vinkt
7 vinken
8 vinken
9 vinken
10 vonken
11 vonken
12 vonken
13 vonken
14 vonken
15 vonken
16 vonk
17 vonk
18 vonk
19 vonken
20 vonken
21 vonken
22 vonken
23 vonken
24 vonken
25 vonken
26 vonken
27 vonken
28 vinken
29 vinken
30 vinken
31 vinken
32 vinken
33 vinken
34 vonken
35 vonken
36 vonken
37 vonken
38 vonken
39 vonken
40 vinken
41 vinken
42 vinken
43 vinken
44 vinken
45 vinken
46 vonken
47 vonken
48 vonken
49 vonken
50 vonken
51 vonken
52 vink